· 

Het (neurologisch) ontwikkelingsmodel van Mesker

Leerkrachten, vakspecialisten en vakleerkrachten komen regelmatig in aanraking met kinderen en hun ouders die bij een orthopedagoog of (psycho)remedial teacher in behandeling zijn in verband met leren schrijven en leerproblemen. Het blijkt soms dat deze professionals zich voor het verloop van de motorische ontwikkeling op andere theorieën baseren, waaronder het ontwikkelingsmodel van Mesker, dan theorieën die op dit moment gangbaar zijn binnen de wereld van de lichamelijke opvoeding.

Een mooie kapstok

Het kan dan ook geen kwaad te kijken naar de fundering en wetenschappelijke onderbouwing van het ontwikkelingsmodel van Mesker. Want toegegeven, termen als ‘slurfmotoriek’ en ‘gebrek aan lateralisatie’ lijken een mooie kapstok om de problemen die kinderen ervaren met het leren schrijven aan op te hangen, maar dan moet wel eerst bewezen worden dat de kapstok bestaat.

(NEUROLOGISCH) ONTWIKKELINGSMODEL VOLGENS MESKER

Opvallend

Wetenschappelijke toetsing van – delen van – de theorie over het ontstaan van handdominantie volgens Mesker heeft slechts op zeer beperkte schaal plaatsgevonden. Dit is opmerkelijk, omdat deze theorie al bijna vijftig jaar in omloop is. Als zodanig heeft de theorie zich (zoals gebruikelijk is met theorieën) niet verder ontwikkeld op basis van empirisch onderzoek.

 

In de tussenliggende tijd zijn andere theorieën gepubliceerd over het ontstaan van handdominantie die wel uitgebreider onderzocht worden, ondersteund door natuurlijke observaties en experimentele manipulatie.

De Groot e.a. (2000) adviseren grote terughoudendheid te betrachten met het in de praktijk toepassen van de theorie over het ontstaan van handdominantie.

Recent onderzoek (Huygen, 2015) vermeldt niet meer volledig achter de gedachte van de verschillende ontwikkelingsfasen van Mesker te staan. Op de indeling is veel kritiek geuit, omdat de theorie over de verschillende motorische fasen en de vaste ontwikkelingsvolgorde niet wetenschappelijk houdbaar is. 

 

'De theorie over de verschillende motorische fasen en de vaste ontwikkelingsvolgorde is wetenschappelijk niet houdbaar.' 

 

Recent onderzoek toont aan dat handvoorkeur bij de meeste kinderen al op zeer jonge leeftijd aanwezig is. Het blijkt dat de opvattingen van Mesker praktisch volledig in strijd zijn met wat bekend is over de ontwikkeling van hemisfeerverschillen, de voorkeurshand, taal, lezen en de onderlinge samenhang van deze functies en vaardigheden (Elling 1993).

Duidelijke handvoorkeur

Een probleem met de visie van Mesker is dat een vaste ontwikkelingsvolgorde wordt verondersteld waarin het kind de verschillende fasen doorloopt. Zijn opvatting valt hiermee in de categorie van neurale-rijpingstheorieën. Die hanteren een uitgangspunt dat niet meer strookt met de huidige opvatting dat het verloop van de motorische ontwikkeling een samenspel is van biologische (waaronder genetische), omgevings- en taakgebonden factoren. Van de bezwaren die aan deze maturatietheorieën kleven, is de theorie van Mesker dan ook niet vrij.

 

Een ander probleem is dat Mesker veronderstelt dat deze volgorde ook echt aangehouden moet worden wil het kind op een ‘normale’ manier de eindfase, de dominantiefase, bereiken. Hij stelt dat bij motorisch onhandige kinderen de symmetriefase wellicht te vroeg is afgebroken en de lateralisatiefase te vroeg is gestart. Kinderen die volgens hun leeftijd al in een bepaalde fase zouden moeten zitten (bijvoorbeeld de lateralisatiefase), maar nog niet de eigenschappen van deze fase laten zien (maar wel die van bijvoorbeeld de slurffase), zouden volgens de theorie terug moeten naar de eerdere fase (in dit geval de slurffase). Vervolgens zouden ze met behulp van intentioneel spel weer op het pad van de normale ontwikkelingsgang gezet moeten worden.

Dit strookt niet met de observatie dat er intra- en interindividuele verschillen bestaan binnen het motorische-ontwikkelingstraject van kinderen, hoewel die uiteindelijk dezelfde motorische functies kunnen uitvoeren.

 

 

'Dit strookt niet met de observatie dat er intra- en interindividuele verschillen bestaan binnen het motorische-ontwikkelingstraject

van kinderen.'

 

In tegenstelling tot wat Mesker beweert, laten de hedendaagse neuropsychologische studies zien dat links-rechtsverschillen hun oorsprong hebben in de ontwikkeling van de hersenen en niet ontstaan door het gebruik van de handen in activiteiten. Uit onderzoek blijkt dat lateralisatie niet in fasen verloopt, maar al zichtbaar is bij pasgeborenen. De ontwikkeling van de lateralisatie verloopt wel over verschillende jaren, maar er zijn geen duidelijk afgebakende fasen waarin die moet plaatsvinden. Het gaat meer om een verbetering van de motorische ontwikkeling, die leidt tot een beter afgestemde fijnmotorische sturing, dan om de ontwikkeling van een apart concept.

 

 

De genoemde kritiek op de visie van Mesker over het verloop van de motorische ontwikkeling is niet gebaseerd op het direct toetsen van zijn ideeën op basis van wetenschappelijk onderzoek. Het betreft een afwijzing op basis van de gedachte dat andere, alternatieve visies een betere verklaring van motorische ontwikkelingstrajecten geven. Voor zover is na te gaan, zijn de ideeën van Mesker achterhaald.

Vuistregel

In een artikel gepubliceerd in 1984 wordt al de conclusie getrokken dat de theorie van Mesker is ontstaan vanuit de praktijk en een plaats krijgt op het door Ter Horst genoemde niveau van de vuistregel. Er is onvoldoende wetenschappelijke fundering van zijn theorie. Het wordt tijd zich hiervan rekenschap te geven en te zoeken naar alternatieven, want het motto dat een slechte theorie beter is dan geen theorie, komt de professionalisering zeker niet ten goede. Deze conclusie onderschrijven we hier graag.

 

We kunnen ons dan ook niet vinden in de pragmatische keuze van Peerlings (2016) wanneer zij aangeeft: tot er andere wetenschappelijk efficiënt gebleken (evidence based) therapeutische mogelijkheden zijn, blijven we de theoretische uitgangspunten kritisch bekijken, maar gooien niet zonder meer alle leuke en speelse oefenmogelijkheden die Mesker ons bracht overboord.

 

Lees hier het inleidende artikel over de opmerkelijke theorieën of het blog over de theorie over de sensorische informatieverwerking van Ayres. Of ga verder naar het artikel over de ontwikkelingslijnen van Gesell.

Reactie schrijven

Commentaren: 0