· 

Risicovol spelen

Buiten spelen wordt door ouders en leerkrachten vaak als risicovol gezien. Kinderen zijn impulsief en zijn de wereld om zich heen volop aan het ontdekken. Ze kunnen rare fratsen uithalen en van speeltoestellen vallen of blijven haken aan een paaltje.

Vrij spel is nu eenmaal risicovoller dan achter je bureau zitten, maar als we goed naar de cijfers kijken valt dit eigenlijk wel mee. De statistiek laat zien hoe goed spelende kinderen met die risico’s kunnen omgaan. In een omvangrijke  inventarisatie in Canada kwamen onderzoekers tot een score van 0.15-0.27 medisch te behandelen kwetsuren op 1000 uur spel. Dat is één gebroken pols of opengehaalde arm op 3700 tot 6600 uur spelen (Nauta e.a., 2015).

Enkele cijfers

In Nederland zijn er in het basisonderwijs jaarlijks 7500 kinderen die naar de SEH moeten vanwege een ongeval tijdens de gymles. Afgezet tegen het aantal lessen bewegingsonderwijs is dit 0,8 SEH-behandelingen per 10.000 lesuren (Bastiaans e.a., 2005). Veel meer dan in het Canadese onderzoek naar voren kwam. Helaas is de trend onder de Nederlandse kinderen (4-18 jaar) dat de motoriek al enkele decennia aan het afnemen is. Men denkt dat dit een van de redenen is waarom

er de afgelopen jaren een stijgende lijn is in het aantal blessures en SEH-opnamen. Veel en gevarieerd buiten spelen is een eenvoudige en goedkope oplossing om deze trend te doen afnemen. 

Alles onder controle

 

Het is de vraag of het wegnemen van de risicofactoren of het aan banden leggen van het spel niet juist tot grotere risico’s leidt. Juist in het vrije spel leren kinderen met risico’s omgaan en deze te vermijden (Bundy e.a., 2005).

 

De laatste tijd is er veel aandacht voor ‘risicovol spel’. Wetenschappelijke onderzoeksresultaten maken de waarde van (fysieke) risico’s voor de ontwikkeling van kinderen duidelijk (Stolwijk, 2018). Het blijkt dat spelen met risico’s noodzakelijk is voor een gezonde ontwikkeling van kinderen.

 

Risicovol spel gaat samen met de sociaal-emotionele ontwikkeling van het kind. Ruw spel verhoogt niet de agressie maar wel de sociale vaardigheden, concludeert een overzichtsstudie (Brussoni e.a., 2015). De onderzoekers bepleiten: schep voor kinderen meer risicovolle mogelijkheden om buiten te spelen, als middel om hun gezondheid en een actieve levensstijl te bevorderen.

Begeleiden

Naast het inschatten van risico’s door kinderen gaat het ook om het goed begeleiden van risicovol spel. Als leerkracht moet je het durven om iets te laten gebeuren, maar ook kunnen inschatten wat een kind wel of niet kan.

VOORBEELD - IK ZAL JE HELPEN

Jan, een leerling uit groep 3, wil heel graag over de banken springen, maar vindt het enorm spannend. Juf Els ziet dat Jan worstelt met zijn angsten en denkt: ik zal hem maar even helpen. Ze geeft hem een hand en helpt hem over de banken. De volgende ronde vindt Jan het weer enorm spannend. Hij weet eigenlijk nog steeds niet of het hem nu wel of niet zonder hulp zal lukken. De juf staat alweer goedbedoeld klaar. Ze neemt hem weer bij de hand. Aan het einde van de les is

Jan toch wel een beetje teleurgesteld: nu weet hij nog niet of hij het zelf had gekund.

 

Kinderen verschillen onderling enorm. Leerkrachten moeten daarom kennis hebben van mogelijkheden en vormen van risicovolle activiteiten. Hoe kunnen ze kinderen stimuleren om daaraan mee te doen op een manier die aansluit bij hun capaciteiten?

 

Maar hoe laat je als leerkracht de kinderen risicovol spelen? Ook hier geldt het gezegde: jong geleerd, oud gedaan. Jonge kinderen beginnen al met zichzelf uitdagen door in hun spel risico’s te nemen. Daar leren ze veel van. Let wel op dat de allerkleinsten dit onder begeleiding doen; laat ze fouten maken, maar zorg ervoor dat je direct kunt ingrijpen om grote ongelukken te voorkomen.

Spelen met zelfgekozen risico's

Er is een aantal uitgangspunten dat bijdraagt aan het verantwoord doseren van risico’s:

  1. Leer het kind luisteren naar zijn eigen gevoel. Het kind weet zelf het beste wat het wel of nog niet kan. Vaak gebeuren er ongelukken omdat vrienden iets kunnen wat het kind niet kan. De verleiding is groot om dan toch over de eigen grens heen te gaan.
  2. Laat kinderen het risico zelf inschatten (risicocalculatie). Elk kind is anders. Kinderen die te impulsief zijn, kun je bijvoorbeeld proberen te laten nadenken over de risico’s van hun acties. Bijvoorbeeld bij het klimmen kun je de afspraak maken dat ze altijd drie steunpunten hebben en elkaar niet mogen duwen; en ze moeten weten dat er niets scherps op de grond mag liggen, gelet op vallen. Maar onzekere en afwachtende kinderen kun je begeleiden door samen iets te ondernemen en ze te laten ervaren dat ze meer kunnen dan ze denken.
  3. Beperk de risico’s. Oefen gevaarlijke situaties in een veilige omgeving. Een gymzaal of schoolplein is hier een mooi oefenterrein voor. Mocht het kind vallen, dan ligt er altijd een matje of valt het op het zand of de houtsnippers. De valvrije zone rondom een risicovol arrangement is 1,5 meter. Verwijder scherpe objecten zoals pylonnen of banken 1,5 meter van het arrangement. 
  4. Handelingen gaan voor afspraken. Beperk gevaarlijke situaties zo veel mogelijk. Als er een ongeluk gebeurt, kun je als leerkracht niet wegkomen met ‘Dat had ik toch gezegd’. Handel altijd zó dat erg gevaarlijke situaties ontweken worden.
  5. Maak duidelijke afspraken als je risicovolle activiteiten gaat uitvoeren en bespreek van tevoren samen wat de regels zijn. Laat kinderen zelf de risico’s benoemen, zodat je als leerkracht een goed beeld hebt van wat ze denken. Laat bij gevaarlijk gedrag altijd de leerkracht of begeleider waarschuwen. Verwijder kinderen die anderen in gevaar brengen uit de situatie.
  6. Zorg voor een goed pedagogisch klimaat. Voor de gehele opvoeding telt een veilig klimaat. Dit heeft alles te maken met de structuur van onze hersenen. Alle informatie gaat continu door de verschillende delen van ons brein. Een van deze delen wordt het ‘reptielenbrein’ genoemd. Het reptielenbrein is verantwoordelijk voor onze primaire overlevingsdrang. Bij een onveilige situatie schiet een mechanisme in werking waardoor stress ontstaat; je zult dan jezelf terugtrekken (verstarren) en de drempel om de volgende keer je grens te verleggen wordt hoger.

Tot slot: De curlingouders

Ouders van nu besteden bijna twee keer zoveel tijd aan het vervoeren, verzorgen en begeleiden van hun kinderen als dertig jaar geleden (SCP, 2018). We zijn geneigd om kinderen te ondersteunen bij alles wat ze doen en denken dat dit goed voor ze is. Maar niets is minder waar. Deze zogenoemde ‘curlingouders’, die alle hindernissen wegpoetsen, zorgen er juist voor dat kinderen onhandiger en afhankelijker worden en zelf minder onderzoekend zijn.

 

‘Als je wilt dat je kind omhoogklimt, moet je er vooral niet bovenop gaan zitten.’

- Juf Ank in De Luizenmoeder

 

Risicovol spelen – en dan bij uitstek buiten spelen – is een activiteit waarbij kinderen op diverse vlakken hun grenzen kunnen verleggen. Ervaring opdoen is een voorwaarde voor het ontwikkelen van risicocompetenties en voor de algemene ontwikkeling, en levert daarmee een bijdrage aan een gezonde en evenwichtige ontwikkeling van kinderen. Een (te) beschermende opstelling kan bewegings- en ontwikkelingskansen ontnemen. Met de woorden van Tovey (2007): ‘Het grootste risico is alle risico vermijden.’

 

Dit blog is een bewerking van een tekst zoals deze is verschenen in 'Onderwijs in bewegen op de basisschool'. 

Interessant?

Wil je meer vergelijkbare artikelen lezen? 


Schrijf je dan in voor de THEMA - Kennislink.

Reactie schrijven

Commentaren: 0