· 

Bewegingsonderwijs met kleuters, een vak apart - 2

In aansluiting op het eerste deel van bewegingsonderwijs met kleuters; een vak apart, nu deel 2. Ter afronding van het eerste deel werd expliciet de vraag 'Leuk bedacht, maar hoe geef je dit vorm in de praktijk?' gesteld.

Aan de hand van een bewegend voorbeeld werd een eerste inkijkje gegeven. Ook dit tweede deel zal worden afgesloten met de praktijk in beweging, maar start met een geschreven praktijkvoorbeeld met daarin verschillende elementen van de totale ontwikkeling zoals deze naar voren komen in de bewegende beelden, waarna de verschillende accenten die van belang zijn bij een bewegingsles met kleuters worden besproken.

VOORBEELD - chaosdoelenspel, veel accenten vanuit verschillende domeinen

In het speeltuintje heeft de juf vandaag een keepersspel neergezet. De kinderen mogen proberen de pylonen om te mikken door de pittenzakjes onder de bank door te schuiven. Roan krijgt de opdracht om twee groepjes te maken van drie kinderen (sociaal domein). Het ene groepje mag aan de blauw-groene kant, het andere aan de rood-oranje kant (cognitief domein). Na een minuut spelen komt Dirk boos bij de juf (emotioneel domein): ‘Juf, Roan gaat ervoor liggen en dan kan ik hem niet raken. Dat is niet eerlijk.’ De juf begint te grinniken. ‘Slim hè, van Roan. Hij is aan het keepen.’ (speldomein.) ‘Hij maakt puntjes bij jullie en houdt ze ook tegen aan zijn eigen kant. Dit mag. Net als bij voetbal.’ Terwijl ze in gesprek zijn is het spelletje klaar en wordt er opgeruimd. Mert heeft zo z’n eigen idee van opruimen en is de pylonen aan het stapelen, op kleur. Heel knap, maar het kan op weinig goedkeuring van de anderen rekenen. De pylonen worden uit zijn handen gerukt door Yara, die een kop groter is (lichamelijk domein), en weer verdeeld per kant.

Aan Fiep ontgaat al het gedoe en het gehele spel. Ze is vorige week gestart op school en speelt nu met een pittenzakje – grappig gevoel. Mert ziet dat het spel weer gestart is en heeft moeite met het schuiven van het zakje. Dan maar over de bank gooien. De juf roept hem: ‘Mert, mag je gooien met de zakjes?’ ‘Nee, maar het is stom.’ (emotioneel domein.) ‘Want het lukt niet.’ (motorisch domein.) ‘Ja, de juf heeft een moeilijk spelletje verzonnen, hè? En als je eens wat dichter bij de bank gaat zitten? Dat kun je proberen, want van proberen kun je …’ ‘LEREN’, roept Mert. En weg is hij. Nu nog even babbelen met Yara, want als je pylonen wilt hebben, kun je het ook vragen aan de ander (sociaal domein).

‘Eigen huis en tuin’

In ieder vak hangt een afbeelding van een huis. Bij ieder huis hoort een tuin. Je speelt in je eigen tuin en komt niet bij de buren. Bal over de heg? Vraag hem terug aan de buurman.

Deze ‘huis-en-tuinmetafoor’ is door ervaring ontstaan en blijkt kleuters goed aan te spreken omdat ze dit thuis vaak ook gewend zijn; je speelt in de tuin (en blijft daar ook). Zo hebben kleuters een goed beeld om aanvullende ‘regels en afspraken’ een plaats te geven.

  • Vaste structuur en regels

Zorg voor een vaste verdeling van de ruimte in tuinen. Kies binnen elke tuin een passend arrangement met een minimum aan regels.

  • Herhaling

Kleuters zijn gebaat bij herhaling. Twee keer per week dezelfde les of opstelling is helemaal niet erg. Sterker nog, het scheelt uitleg. En het is fijn als je als kind weet wat er gaat komen en nog eens kunt oefenen.

 

"Nuanceringen ontstaan op basis van het bekende."

 

  • Differentieer niet op ‘wat’ maar op ‘hoe’

Bied ieder kind hetzelfde arrangement, maar met keuzemogelijkheden. Harde ballen zijn helemaal niet eng, als je er ook mee mag rollen. Een goed voorbereide en stimulerende beweeg- en leeromgeving die kleuters uitnodigt om tot sociale en bewegingsinitiatieven te komen.

  • Impliciet leren door keuze van activiteiten

Kies je activiteiten zó dat ervaring, kennis en kunde worden verkregen zonder dat de kleuter zich bewust is van het leren. Kleuters leren door naar anderen te kijken. Dit is niet alleen een natuurlijke maar ook een effectieve manier van leren.

  • Totale ontwikkeling herkennen en erkennen

Kleuters moeten heel veel, de hele dag. Ze ‘sponzen’ – nemen alles waarmee ze in aanraking komen in zich op. Dit is een aspect van leren en ontdekken. Tijdens de gymles ook de andere ontwikkelingsdomeinen herkennen en erkennen, maakt het leren effectiever en uitdagender.

 

Hoewel dit een term is die kleuters niet zullen hanteren en ook niet zo zullen ervaren. Wat ze veelal ervaren is dat het (nog) betekenisvoller wordt en dat ze daardoor meerdere speelkriebels ervaren.

Van kennisbasis tot basiskennis

Het boek 'Beter spelen en bewegen met kleuters' is geen praktijkboek en ook geen traditioneel theorieboek. Het is bedoeld als een rugzak met praktijkvoorbeelden die de theorie illustreren en verduidelijken.

 

“Een doordachte les biedt een veilige, gestructureerde speel- en beweegomgeving met de juiste vorm van begeleiding."

 

De theoretische kennisbasis, zoals gebruikt binnen verschillende opleidingen, is erin opgenomen en vertaald naar praktische en direct bruikbare basiskennis. In tien hoofdstukken is er aandacht voor wie een kleuter is en hoe hij leert, maar ook voor het belang van bewegingsonderwijs en de plek ervan in een organisatie. Het boek gaat in op de tools van de leerkracht en de leer-kracht van het kind, op het motorisch-didactische leermodel en op de praktische invulling van de leerlijnen bij het werken met kleuters.

 

Zone van naaste ontwikkeling

Welke basiskennis handig en praktisch lijkt in jouw leer- of werkomgeving, is verbonden met je eigen zone van naaste ontwikkeling. Een boek dat meegroeit met jouw belangstelling en interesse. Gebruik de informatie: hedendaagse leertheorieën, zoals impliciet en expliciet leren, en inzichten over mindset, breinleren, leerstijlen en ontwikkelingstaken – als houvast, praktische verdieping, inspiratie, naslagwerk of leidraad. 

Boter bij de vis

Ook hier geldt, leuk bedacht allemaal die theorie, maar hoe ziet dit er in de praktijk van alledag dan uit? We geven je dan ook graag een bewegend inkijkje hoe dit er in de praktijk zou kunnen uitzien? Klik hier en je ziet een praktijkvoorbeeld van een les die in het boek is beschreven.

 

Deze bewegingsles bestaat uit vier beweegtuinen; een klimtuin (met klimmen/klauteren + glijden en hangend zwaaien), een speltuin (met een keepersspel), een mik-/en jongleertuin (met soleren, hockey) en als vierde de trucentuin met balanceren (de schommelboot).

 

Deze tekst van dit artikel is gebaseerd op een drieluik dat we schreven over 'beter spelen en bewegen met kleuters.'

 

Interessant?

Wil je meer vergelijkbare artikelen lezen? 


Schrijf je dan in voor de THEMA - Kennislink.

Reactie schrijven

Commentaren: 0