Bewegingsonderwijs met kleuters, een vak apart - 5

Dit is het vijfde artikel van een serie over bewegingsonderwijs met kleuters. In het eerste en tweede deel kwamen de doorgaande ontwikkelingslijnen, het uitgangspunt van de totale ontwikkeling en de grote diversiteit tussen kleuters aan de orde. In het derde deel is ingegaan op de speelkriebels en de relatie met vakinhoudelijke principes. Deel 4 stond in het teken van de criteria voor een goede bewegingsles. 

 

In dit vijfde deel krijgen verschillende theoretische aspecten een praktijkgerichte uitwerking. De nadruk wordt gelegd op de praktijk waarin de zogenoemde ‘eigen huis- en tuinorganisatie’ concreet vorm en inhoud krijgt. Weinig is er nodig om kleuters in beweging te krijgen.

"Maar intensieve, gevarieerde en betekenisvolle bewegingslessen met kleuters die aan de negen criteria voldoen daarentegen vraagt om een duidelijk plan."

Een plan waarin de twaalf leerlijnen een plek hebben en je als leerkracht grip krijgt op de doorgaande lijn en de hamvraag: ‘Wat wil je dat kleuters kennen, kunnen en hebben ervaren als ze naar groep 3 gaan?’

Ruimte binnen de kaders

In de organisatie van ‘eigen huis en tuin’ heeft de zaal een vaste indeling met vier beweegtuinen: een klimtuin; een speltuin; een mik- of jongleertuin en tot slot de tructuin, waarin altijd een beweegbaan wordt aangeboden. In het midden wordt ruimte gecreëerd opgeofferd om nog een vijfde tuin van de leerkracht te maken. Ideaal als centrale startplek, om een kleuter even rust te geven, ‘gedoe’ te laten oplossen en gezamenlijk weer af te sluiten. Ook de waterflesjes staan hier.

Overzicht zaal (ongeveer 100 m2)

  • Iedere beweegtuin heeft een gekleurd huis aan de muur hangen. Hoe logisch, bij ieder huis hoort een tuin waar je in mag spelen en je komt niet bij de buren.
  • Elke tuin heeft een eigen ‘functie’ richting groep 3 en de twaalf leerlijnen zijn verdeeld over deze vier tuinen en rouleren in het schooljaar. Daarmee dwing je jezelf om een compleet en gevarieerd jaarplan te maken.
  • De frequentie waarin een leerlijn terugkomt hangt af van het belang van de leerlijn in de ontwikkeling van kleuters en de accenten die jij als leerkracht wilt leggen.
  • Uitgangspunt is de doorgaande lijn in het jaarplan bewegingsonderwijs. Het daagt je uit om na te denken over de hamvraag:

"Wat wil je dat kleuters kunnen, kennen en ervaren hebben

als ze naar groep 3 gaan?"

  • Vaardigheden en emoties krijgen hun plaats binnen de driehoek van bewegen, beleven en reguleren. Het zijn voorbeelden van accenten die je kan leggen tijdens de lessen.
  • De vaste indeling van de ruimte biedt herkenbaarheid, houvast en veiligheid. In dit systeem is er ruimte voor actie, rustmomenten en ontwikkelen de kleuters zich, op weg naar groep 3, binnen alle ontwikkelingsdomeinen op hun eigen tempo, niveau, interesses en leerstijl.

Door de lessen op deze manier te organiseren ontstaat een organisatie waar veel ruimte is voor zelfredzaamheid en zelfstandig functioneren van de kleuters. Als leerkracht heb je de tijd en ruimte om in stappen waar nodig of gewenst.


Good practice in al z’n eenvoud voor een complexe doelgroep.

- Geen ruimte voor vier tuinen, drie is ook prima. Laat de klimtuin wel wekelijks terugkomen en rouleer de andere tuinen.

- Geen ruimte voor een extra centrale tuin? Geen probleem. Verdeel de kinderen bij binnenkomst en start vanuit daar de les.


De tuinen uitgewerkt

Klimtuin - klimmen | iedere week

Organisatie:

  • Alleen, naast of met elkaar vrij spelen. Bij matje mag je springen.
  • Soms combineren met leerlijnen uit tructuin integreren.

Hoofdoverweging:

  • Vol bouwen; hoogteverschillen; veel richtingsveranderingen en keuzemogelijkheden.

Functie van de tuin:

  • Bewegen: je eigen pad vinden.
  • Beleven: grenzen zoeken en tegen komen; uitdagingen aangaan; zelfvertrouwen opbouwen
  • Reguleren: elkaar ruimte gunnen; weten wat je kan doen als je of een ander ‘vast’ zit

Voornaamste rol leerkracht:

  • Delegeren - LAAT ‘T !

Speltuin - tikspelen, doelspelen, stoeispelen, (hardlopen), (bewegen en muziek) | laten rouleren in jaarplan

Organisatie:

  • Met elkaar spel spelen; samen op gang houden.
  • Spel heeft begin en eind.
  • Rolwisselingen.
  • Opruimen materiaal.

Hoofdoverweging:

  • Nadruk op het zelfstandig regelen en onderhouden van het spel.

Functie van de tuin:

  • Bewegen: leren tikken, ontwijken, afpakken, verdedigen, wegrennen.
  • Beleven: even af zijn, wel of niet gekozen worden, winnen/ verliezen, geraakt worden, tegen gestelde belangen.
  • Reguleren: starten – stoppen, regelen rolwisselingen, wat moet ik doen als ik af ben? Wanneer mag ik weer meedoen? Groepjes maken, herstellen arrangement.

Voornaamste rol leerkracht:

  • Coachen - LOOPT ‘T ?

Tructuin - balanceren, springen, over de kop, zwaaien | Laten rouleren in jaarplan

Organisatie:

  • Naast of met elkaar vrij spelen
  • Ieder kind eigen materiaal
  • Bal in ander tuintje = vragen
  • Opruimen materiaal

Hoofdoverweging:

  • Met keuze materiaal
  • Richting en hanteringwijze
  • Speelkriebels als vanzelf oproepen

Functie van de tuin:

  • Bewegen: veel oefenbeurten; veel ruimte voor eigen speelkriebels
  • Beleven: vertrouwd raken met klein materiaal;
  • Reguleren: opruimen van materiaal; terugvragen van materiaal bij de buren; materiaal verdelen

Voornaamste rol leerkracht:

  • Stimuleren - LEEFT ‘T ?

Mik- of jongleertuin - mikken en jongleren | rouleren om de week

Organisatie:

  • Beweegbaantje. Op de stip zit je vooraan.
  • Je mag beginnen als degene voor jou bij de … is.
  • Klaar = achteraan sluiten.
  • Accenten leggen.

Hoofdoverweging:

  • Accenten die je kunt leggen zijn bijvoorbeeld; vaardigheden die je gecontroleerd wilt oefenen, stimuleren zelfredzaamheid of creativiteit in uitvoering

Functie van de tuin:

  • Bewegen: accenten leggen op uitvoering vanwege veiligheid of beter laten lukken
  • Beleven: even wachten op je beurt; obstakel overwinnen, afkijken bij anderen.
  • Reguleren: leren arrangement herstellen, achteraan aansluiten, weten wanneer je mag beginnen.

Voornaamste rol leerkracht:

  • Instrueren - LUKT ‘T? 

Samenvattend

In dit artikel is aandacht besteed aan de concrete uitwerking van de huis- en tuinorganisatie. Graag een inkijkje van hoe dit zou kunnen? Volg deze link en je krijgt een bewegend voorbeeld te zien van een les die is beschreven in 'Beter spelen en bewegen met kleuters'.

Deze bewegingsles bestaat uit vier beweegtuinen; een klimtuin (met klimmen/klauteren en klimroutes), een speltuin (met een overloopspel), een mik-/en jongleertuin (met werpen en vangen) en als vierde de trucentuin met balanceren (wipwap). Deze bewegende beelden heb je ook kunnen bekijken bij het eerste artikel. Ik ben vrijwel zeker dat je de filmbeelden nu met andere ogen bekijkt

Tot slot

 

In het volgende artikel wordt de ‘huis- en tuinorganisatie’ verder uitgewerkt en toegelicht aan de hand van voorbeelden waarbij tips en handvatten worden gegeven die van belang zijn voor een succesvolle implementatie van de huis- en tuinorganisatie.

 

Deze tekst is gebaseerd op een drieluik dat we schreven over 'beter spelen en bewegen met kleuters.'

 

Wil je op dit artikel reageren? Stuur me een bericht, ik lees het graag of schrijf je reactie of vraag onder het artikel zodat anderen kunnen meelezen.

Interessant?

Wil je meer vergelijkbare artikelen lezen? 


Schrijf je dan in voor de THEMA - Kennislink.

Reactie schrijven

Commentaren: 0