Bewegingsonderwijs met kleuters, een vak apart - 4

Dit is het vierde artikel van een serie over bewegingsonderwijs met kleuters. In het eerste en tweede deel kwamen de doorgaande ontwikkelingslijnen, het uitgangspunt van de totale ontwikkeling en de grote diversiteit tussen kleuters aan de orde. In het derde deel is ingegaan op de speelkriebels en de relatie met vakinhoudelijke principes. In dit vierde deel wordt ingezoomd op de criteria voor een goede bewegingsles. 

Negen criteria voor een goede les

Het spelend leren en de intrinsieke motivatie tot leren en ontwikkelen is een van de meest opvallende kenmerken van een kleuter.

Zijn er naast deze beweegdrang ook andere uitgangspunten en regels die richtinggevend en sturend zijn bij het maken van keuzes binnen bewegingslessen met kleuters? Zijn er criteria op te stellen waaraan een goede les bewegingsonderwijs ‘dient’ te voldoen?

 

Bekeken vanuit een ontwikkelingsperspectief zijn wij van mening dat deze er zeker zijn. Een ander belangrijk ontwikkelingskenmerk van jonge kinderen is dat ze activiteiten graag herhalen. Herhaling is voor kleuters een belangrijke voorwaarde om te leren. Vanuit een ontwikkelingsperspectief is gekeken naar criteria voor een goede bewegingsles.

 

De criteria voor een goede gymles zeggen iets over wat kleuters nodig hebben om zich optimaal te kunnen ontwikkelen. Wat is er te beleven en te ontdekken? Welke (basis)vaardigheden zijn er te leren en te oefenen? En hoe kan er gespeeld worden met de andere kinderen en het materiaal?      

    

Deze criteria zijn verdeeld in dimensies: bewegen, beleven en reguleren (SLO, 2004, ev.). Ook zijn het drie dimensies die bepalend zijn voor de keuzes die worden gemaakt bij de opzet van en de accenten die gelegd worden bij de inhoud van een les.

Mindmap van de 9 criteria verdeeld over de dimensies

  • De eerste dimensie - Bewegen gaat over het aanleren van een bewegingsvaardigheid volgens de principes van het motorisch leren die besloten liggen in de bewegingsuitdagingen van de leerlijnen. Het gaat over het verwerven van een bepaalde vaardigheid, waarbij de kleuters niet alleen een kunstje leren maar ervaren dat ze beweegproblemen functioneel kunnen oplossen (zonder dat ze zich hiervan bewust zijn). 
  • De tweede dimensie gaat over de emotionele dimensie, het beleven. Vindt een kind het leuk, spannend of stom? Wat trekt het precies aan binnen een specifieke activiteit of spel?
  • De derde dimensie gaat over het over het zelf regelen van een activiteit samen met de andere kinderen: het opstarten en op de gang houden van een specifieke bewegingsactiviteit, een spel of een speeltuintje. Wanneer stopt een activiteit en wat moet ik dan doen?

Criteria binnen de dimensie bewegen

Vanzelfsprekend is bijna dat de drang tot bewegen het eerste criterium voor een goede les is. Een fundamentele behoefte van het kind om bewegend te leren. Misschien is de essentie van een kleuter wel; spelend leren. Het spreekt dan ook vanzelf dat aan dit belangrijke criterium tegemoet dient te worden gekomen.

 

De andere criteria zijn:

  • Zich competent voelen

Een al genoemd ontwikkelingskenmerk van jonge kinderen is dat ze activiteiten graag herhalen. Herhaling is een voorwaarde bij kleuters om te leren. Kleuters vinden het heerlijk als ze bepaalde spelletjes en activiteiten kunnen blijven doen. Door het herhalen worden ze vaardiger en krijgen ze vertrouwen in hun eigen kunnen. Nuanceringen ontstaan op basis van het bekende en het vertrouwde.

  • Gevarieerd aanbod

Vanuit hetzelfde ontwikkelingskenmerk ‘activiteiten graag willen herhalen’ ontstaat het criterium van een gevarieerd aanbod. Variatie in de activiteiten die worden aangeboden, welke materialen gebruikt worden en variatie in de aanbiedingswijze.

Veelal wordt gekozen om verschillende leerlijnen aan bod te laten komen in een les. Door te kiezen voor vier hoeken met bewegingsactiviteiten, de zogenoemde tuintjes worden er diverse leerlijnen en bewegingsthema’s aan de orde gesteld.

  • Verhouding actie en rust

Kleuters kunnen een spel niet zo lang volhouden, maar na een korte rustpauze is hij weer snel opgeladen en opnieuw klaar voor actie. Belangrijk is om de mogelijkheid voor een ‘rustpauze’ in te bouwen. Een gedoseerde afwisseling van actie en rust is een wezenlijk kenmerk van een goede les.

 

Deze rustmomenten kunnen op verschillende manieren worden ingezet. Door bijvoorbeeld een korte wachtbeurt – op je beurt wachten - te laten kijken naar anderen die aan het duikelen zijn of een tikspel spelen. Imitatieleren is, zeker bij jonge kinderen, een heel krachtig instrument.

 

  • Oefenbeurten en herhaling

Herhaling en veel oefenbeurten zijn eveneens een kenmerk van een goede les. Kinderen vinden het heerlijk als ze de spelletjes en activiteiten meerdere malen kunnen oefenen. Ze hebben een korte spanningsboog en willen dus graag regelmatig iets nieuws en wat anders. Herhalen zonder te herhalen, is een krachtig principe. Krantenmik met pittenzakjes is anders dan met tennisballen. Voor kleuters een geheel nieuwe ervaring.

 

Ook bekeken vanuit principes voor effectief motorisch leren is het goed om kort en krachtig activiteiten en oefeningen aan te bieden en dan later weer te ‘herhalen’. Dit blijkt effectiever dan langdurig hetzelfde doen. Naast herhaling is, variatie in aanbod de kracht van (motorisch) leren. Deze beide principes - herhaling en variatie - maken nieuw verworven vaardigheden stabieler en de transfer naar andere vergelijkbare situaties verloopt veelal makkelijker.

Criteria binnen de dimensie beleven

  • Variatie in speelkriebels

Beleven is plezier ervaren maar ook angst, spanning of succes. Een goede les komt het kind tegemoet in de behoefte aan eigen speelkriebels. Beleving en belevingsdoelen zijn wezenlijke kenmerken van een gymles. Als leerkracht zet je bewegingssituaties en speelarrangementen zo neer dat het voor ieder kind ruimte biedt aan de eigen speelkriebels.

  • Ruimte voor verbinding

 

In een goede bewegingsles is ruimte voor de kinderen op zoek te gaan naar ‘de ander’. Naast dit contact met de ander is de verbinding met jezelf ook van groot belang. In verbinding komen met jezelf en de groep betekent ook met een zekere regelmaat een moment ‘uit de situatie’ (kunnen) stappen. De relatie met de ander, de anderen, de leerkracht, het speellokaal en de materialen zorgen ervoor dat het kind zich veilig, gezien en prettig voelt.

Criteria binnen de dimensie reguleren

  • Structuur en overzicht

Een goede les komt het kind tegemoet in de behoefte aan structuur, orde en overzicht. Binnen elke gymles zijn regels en afspraken die ervoor zorgen dat de les goed verloopt. Een belangrijk element hierbij is dat kinderen structuur en overzicht hebben. Duidelijke afspraken en spelregels zorgen voor rust en overzicht, zowel op het niveau van de les als op activiteitenniveau.

  • Zich autonoom voelen

Een goede gymles biedt de kleuter de mogelijkheid zich autonoom te voelen. Het op eigen manier mogen uitvoeren van een bepaalde activiteit of spel biedt de kleuter het gevoel dat hij de regie heeft over zijn eigen gedrag. Het tegemoetkomen aan deze psychologische basisbehoefte zorgt er mede voor dat kinderen zich veilig voelen en hun eigen gedrag gaan sturen. Zelfregulatie en zelfsturing zijn belangrijke aspecten die met ‘zich autonoom voelen’ samenhangen.

Beredeneerde keuze

Vanuit een beargumenteerde keuze is ervoor gekozen ‘zich autonoom voelen’ onder te brengen bij de dimensie reguleren en niet bij beleven. Autonoom kunnen zijn en je ook zo voelen komt juist bij ‘het bewegen samen met anderen’ naar voren. Het gaat binnen deze socialiseringsaspecten om het vinden van ‘jouw persoonlijke wijze van doen’ in relatie tot de ander en de anderen.

Daarnaast heeft het werken met de criteria door studenten, groepsleerkrachten en vakcollega’s geleerd dat deze rubricering de beste handvatten biedt om in de praktijk met de criteria aan de slag te gaan.

 

Plezier is heel belangrijk bij het leren en bewegen. En toch is het geen criterium. Plezier is voorwaarde om tot ‘beter leren bewegen’ te komen. Tegelijk is plezier het resultaat van het op een goede manier hanteren en gebruiken van de negen criteria voor een goede gymles.

 

Leuk deze criteria, maar hoe geef je dit in de praktijk nu concreet handen en voeten?

Samenvattend

In dit artikel is aandacht besteed aan de negen criteria van een goede bewegingsles. Door meer oog te hebben voor de speelkriebels van kinderen worden de bewegingsactiviteiten als meer eigen ervaren en zijn daarmee van invloed op de intrinsieke motivatie. Door daarbij vanuit vakinhoudelijk principes en uitgangspunten oog te hebben voor speelkriebels van kleuters wordt de effectiviteit van het bewegend leren vergroot. 

Tot slot

In het het volgende artikel wordt toegelicht hoe je de negen criteria ingezet worden in het speellokaal. Het is een praktijkartikel waarin de zogenoemde ‘huis- en tuinorganisatie’ concreet vorm en inhoud krijgt. Een aantal tips en handvatten dat van belang is voor een succesvolle implementatie van de huis- en tuinorganisatie passeert de revue. Aangegeven wordt hoe door te kiezen voor deze organisatievorm je meer grip krijgt op de hamvraag; wat moeten kleuters kennen, kunnen en ervaren hebben als naar groep 3 gaan.

 

Wil je op dit artikel reageren? Stuur me een bericht, ik lees het graag of schrijf je reactie of vraag onder het artikel zodat anderen mee kunnen lezen.

Interessant?

Wil je meer vergelijkbare artikelen lezen? 


Schrijf je dan in voor de THEMA - Kennislink.

Reactie schrijven

Commentaren: 0